In het tweetalige Kameroen dreigt een maandenlang protest van Engelstalige autonomisten uit te groeien tot erger.

Aan een maandenlange staking in het West-Afrikaanse Kameroen komt maar geen einde. Engelstalige werknemers maken er al sinds oktober vorig jaar een vuist naar de Franstalige regering van het overwegend Franstalige maar officieel tweetalige land.

Het begon met Engelstalige advocaten die in mei vorig jaar al protesteerden tegen de benoeming van eentalig Franse, Engelsonkudige, rechters. Nadien roerden de leerkrachten zich, die protesteerden tegen het overwegend gebruik van het Frans in het officiële openbare leven in Kameroen. Het land is officieel tweetalig, maar steeds minder ambtenaren spreken Engels, en documenten verkrijgen in de grootste wereldtaal wordt er ook steeds moeilijker, zelfs in de Engelstalige deelstaat Zuid-Kameroen. Ondertussen kreeg die middenklasse de steun van arbeiders in de handels- en transportsector, die een 'ghost town'-politiek volgen: ze dagen niet meer op hun werk op als teken van verzet tegen het anti-Engelstalige beleid van de centrale overheid.

Tweelandenland

Na de onafhankelijkheid van de eerder Duitse mandaatgebieden die na de Eerste Wereldoorlog in handen kwamen van Frankrijk en Groot-Brittannië, fuseerden het Franstalige West-Kameroen met het Engelstalige Zuid-Kameroen. En ja, in 1961 werd Kameroen een federaal land met twee deelstaten, waar de Franstaligen baas zijn. In 1972 echter werd het land bij referendum een unitaire eenheidsstaat, dictatoriaal geleid door twee opeenvolgende Franstalige dictators, die vooral van Frankrijk en West-Europa steun kregen.

Sinds de stapvoetse democratisering na de val van de Muur en de ineenstorting van het internationale socialisme, ontstond er een afscheidsbeweging in Engelstalig Kameroen, echter zonder al te veel succes. Het presidentiële regime heeft nog steeds autoritaire trekjes, en vervangt federalistische Engelstalige burgemeesters door getrouwen van de macht in hoofdstad Yaoundé. Zelfs op Wikipedia wordt het land een 'schijndemocratie' genoemd.

Pas de jongste maanden steekt de secessie-idee terug de kop op in de vorm van twee bewegingen. De separatistische Southern Cameroon National Council (SCNC) werd al opgericht in 1995. Recent werd ook de Cameroon Anglophone Civil Society Consortium (CACSC) opgericht, een meer gematigde volksbeweging voor federalisme.

Vorige week werden de voorzitter en partijsecretaris van de CACSC gearresteerd door de centrale overheid. De arrestatie werd voorafgegaan door de minister van Communicatie die stelde geen enkele bedreiging van de nationale eenheid te tolereren. Cameroun une et indivisible dus.

Radicalisering

Beide verenigingen streven ernaar van Kameroen terug een federaal land te maken. Maar omdat de centrale overheid steeds meer de focus legt op het Frans, vreedzame betogingen en stakingen hardhandig onderdrukt - met enkele doden als gevolg - en de Engelstalige landgenoten letterlijk als tweederangsburgers behandelt, radicaliseert de defederaliseringsbeweging nogal snel. Zelfs publieke politieke meetings werden ondertussen verboden door Yaoundé, net als de SCNC en CACSC die op 18 januari in de ban werden gedaan omwille van 'ongrondwettelijke activiteiten'. Als klap op de vuurpijl wordt het internet verstoord in de Engelstalige regio's in het noordwesten en zuidwesten van het land.

Eergisteren stuurde de Alliance of Progressive Forces (AFP) een open brief naar president Paul Biya met de vraag te kiezen voor federalisme, opdat de vrede zou terugkomen in het land. Amnesty International, de UN High Commissioner for Human Rights en African Commission on Human and Peoples' Rights roepen klagen de politieterreur en -martelingen aan en roepen op tot onderhandelingen tussen het centrale gezag en de Engelstalige oppositiebewegingen.

Daarmee zijn de stakingen en de 'ghost town'-acties nog niet gestopt, en steeds meer Engelstaligen kiezen nu ronduit voor onafhankelijkheid. De vrees bestaat dat ze naar de wapens zullen grijpen, tegen het auocratische Franstalige bestuur in Youndé.