Is het dan enkel nog het veiligheidsdiscours waar de N-VA ernstig mee wil uitpakken?

Dat De Wever met amper twee zinnetjes uit een paginagroot interview dagenlang de media haalt, toont nog maar eens aan welke invloed hij heeft, en hoe hij erin slaagt het politieke spel in dit land naar zijn hand te zetten. Ook de eerste openlijke dissidenten met naam, Hendrik Vuye en Veerle Wouters, noemen hem in het interview waar ze met hun afscheid dreigden, een genie (DM, 17.09).

Tegelijk zit de N-VA met een probleem. En niet enkel op communautair vlak, nu de voorzitter mikt op opnieuw een communautair geslachtsloze regering-Michel II, en de Kamervoorzitter het communautaire programma zelfs al in ‘de diepvries’ steekt.

De begroting in evenwicht wordt verlaten. De hervorming van de vennootschapsbelasting doet bij vele zelfstandigen vragen rijzen. Taksen op bedrijfswagens nemen toe. Waren die laatste geen ‘pestbelastingen’? En worden met zulke maatregelen niet net de Bocht van Bracke ondergraven? (Communautaire stilstand in ruil voor economisch herstelbeleid.)

Met het in het vriesvak steken van het communautaire – confederale – programma en de terugtocht op sociaaleconomisch vlak, dreigt de N-VA straks op twee van haar drie flanken te bloeden. De hardcore flaminganten, vaak de meest loyale lokale militanten die onbaatzuchtig bussen, plakken en pensenkermissen organiseren, moeten dan vijf jaar langer op hun tanden bijten. En vele gewezen liberale kiezers zullen zich afvragen of het origineel alsnog niet beter was (is) dan de kopie.

Is het dan enkel nog het veiligheidsdiscours waar de N-VA ernstig mee wil uitpakken? Het oude Vlaams Belangkiezers blijven omarmen, wetende dat zij de enige zijn die in 2019 zouden durven uitwijken naar een andere partij? Immers, voor de Vlaamsbewuste kiezer is het VB vaak een brug te ver, en de Open Vld is momenteel geen bevallige verleidster voor de sociaaleconomische kiezer.

Tegelijk valt op dat de N-VA kreunt onder haar legendarische Pruisische discipline. Het stalen kader begint lekken te vertonen. De dreigende dissidentie van Vuye en Wouters is ongezien voor de N-VA. Bart De Wever mag dan al betreuren dat interne discussies hun weg vinden in de media, door het deksel op de ketel te houden, dreigt die nu eenmaal over te koken.

Een partij die zichzelf een volkspartij noemt, kan niet anders dan tendensrecht geven aan haar verkozenen en militanten, en dus ook afwijkende standpunten een plek geven. Een catch-all-partij als de CVP deed dat door het omarmen van verschillende middenveldorganisaties in ‘standen’ – CD&V-voorzitter Wouter Beke wijdde er zijn doctoraat aan. En ook de door De Wever bewonderde Beierse CSU heeft meerdere vleugels. Als het de N-VA serieus is om ‘drie flanken’ te bedienen, zal ze best ook die drie ‘flanken’ een eigen vleugel en eigen communicatiekanalen gunnen.

Objectief V – de denktank voor confederalisme van Vuye en Wouters – kan er daar al één van zijn. Maar dan moet de partijtop dat initiatief ook ernstig nemen en niet langer beschouwen als een privéspeeltuin voor gedupeerde of kritische verkozenen, of voor communautaire caractériels die men liever kwijt dan rijk is.