Massa's werklozen in het zuiden van België

De zakenkrant De Tijd pakte er dinsdag mee uit. ‘Bijna een op de vijf Waalse kinderen (18,5%) en een op de vier Brusselse (25,7%) groeien op in een gezin waarin niemand werkt. In geen enkel Europees land, zelfs niet in het door de economische crisis zwaar getroffen Griekenland, ligt dat aandeel hoger.’ Het contrast met Vlaanderen is immens. In het noorden van het land leeft slechts één op vijftien minderjarigen in een werkloos gezin; 6,6 procent.

Ongeveer halfweg de jaren 1960 stak Vlaanderen Wallonië voorbij. Sindsdien blijft de Vlaamse economie groeien. Het sluiten van de steenkoolmijnen en de staalnijverheid, liet diepe littekens na in Wallonië. Volgens professor Luc Sels ligt daar de oorzaak van de grote werkloosheid in Wallonië: desindustrialisering, ‘het zuiden van het land is daar nooit van hersteld’.

Maar het is natuurlijk meer dan dat. Het is ook het gevolg van een nefast, zeg maar pervers beleid. De PS is – met de toename van de werkloosheid – ook gegroeid, en vaart er wel bij. In de vroege 20e eeuw hield het grootkapitaal de bevolking arm, de kerk hield ze dom. De PS heeft geen van beide nodig om hetzelfde te bewerkstelligen. De partij belooft in de Waalse versie van de Zuid-Amerikaanse favela’s niet zozeer economische voorspoed, dan wel sociale zekerheid. De gezinnen die in generatiewerkloosheid leven – soms zelfs een derde generatie – stemmen voor de PS, want die partij zorgt voor het bestendigen van de – van ‘hun’ – sociale zekerheid. De PS krijgt er macht door, invloed, geld, mandaten, postjes … Maar huivert van activerende politiek als het om het oplossen van de werkloosheid gaat: werklozen hoeven niét begeleid of omgeschoold te worden opdat ze zouden werk vinden, ze hoeven géén Nederlands te leren om bijvoorbeeld in Vlaanderen te gaan werken, en als ze van allochtone afkomst zijn, hoeven ze ook geen inburgeringscursus te volgen. Want dat is allemaal neoliberaal of racistisch, enfin, Vlaams.

Dat soort trajecten slaan al decennia goed aan in Vlaanderen, waar de werkloosheid enigszins onder controle blijft, ondanks het uitblijven van significante economische groei. Vlaanderen behoort op wereldschaal ook tot de besten van de klas als het op onderwijs aankomt. Het onderwijs in de Franse Gemeenschap bengelt ergens onderaan de ranking. En het is nu eenmaal een ongeschreven wet dat laaggeschoolden het steeds moeilijker hebben op de arbeidsmarkt.

De krant De Tijd brengt dit nieuws zonder enige commentaar. Als een gegeven. Lezers zullen wel hun eigen conclusies trekken.

Je vraagt je af of het verklaringsmodel dat de krant voorschotelt voldoende is: desindustrialisering, geen politiek kader voor begeleiding van werklozen, slecht onderwijs. Er is toch méér aan de hand?

De Belgische sociale zekerheid is een interindividueel systeem. Iedereen draagt bij tot de sociale zekerheid. Iedereen eet mee uit de ruif. Maar Vlaanderen is hier netto-betaler, Wallonië netto-ontvanger. En dat al sinds mensenheugnis, in feite zelfs al sinds de stichting van de Belgische staat.

De communautaire kloof in de sociale zekerheid neemt trouwens enkel toe. Volgens een recente studie van het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds blijkt dat in 2015 voor elke rechthebbende in Vlaanderen de uitgaven 2.109 euro beliepen, tegen 2.245 euro in Wallonië. In 2010 was er een verschil van 50 euro, en het is op vijf jaar dus verdubbeld.

Wat betreft de bijdragen aan de sociale zekerheid voor 2014, belopen die per rechthebbende in Vlaanderen 19.265 euro, tegen 15.061 in Wallonië.

Ook andere berekeningen, van diverse denktanks en instellingen, bevestigen de bestendiging én de groei van de transfers in de sociale zekerheid van noord naar zuid. Naargelang van de parameters schommelen de schattingen tussen 6 en 15 miljard euro. Per jaar. Daar zou je toch al een activerend en responsabiliserend tewerkstellingsbeleid mee kunnen voeren, toch? Of je onderwijs op peil brengen. Het gaat immers over 380 euro per seconde! Of nog: Vlaanderen betaalt elk jaar twee en een halve keer de opbrengst van het Nederlandse gas, het equivalent daarvan, aan Wallonië.

Een en ander noopt de Waalse (en pro-Franse) opiniemaker Jules Gheude tot de volgende vaststelling. ‘Al 36 jaar heeft men het ambt van minister-president in Wallonië zo goed als ononderbroken toevertrouwd aan de PS. In die omstandigheden kan men de diepe voetafdruk van deze partij op het regionaal beleid bezwaarlijk loochenen. Een beleid dat gekarakteriseerd wordt door politiek-administratieve hypertrofie en tomeloos cliëntelisme.’ En dus ook tot generatiewerkloosheid en -armoede.

En welke Vlaming zou er durven twijfelen aan de woorden van zo’n zelfbewuste Waal?