Kastelen en achterkamers

Afgelopen weekend was de federale regering op ‘conclaaf’ in het Hertoginnedal. Wie de Belgische politiek volgt, weet wat dat betekent. Ellenlange en moeilijke onderhandelingen in een kasteeltje, ver weg van de pers. Belgische politici hebben de gewoonte wanneer het moeilijk gaat zich terug te trekken in oude villa’s en kastelen in de hoop dat er vroeg – maar in de feite doorgaans pas laat – witte rook uit de schouw komt en een oplossing is gevonden voor het gestelde probleem. Dat kan een regeringscrisis zijn, maar ook regeringsonderhandelingen of, zoals nu, de zoektocht naar 2,2 miljard euro, om de hoogste nood te lenigen, en een evenwicht na te streven dat de EU zal accepteren.

Dat Hertoginnedal, waar de jongste gesprekken plaatsvonden, heeft een legendarische status gekregen in de Belgische politiek.

Het Verdrag van Rome werd er onderhandeld. Dat document, onderhandeld door toenmalig Belgische eerste minister Paul Henri Spaak, een Franstalige socialist, ligt aan de basis van de huidige Europese Unie en dateert van 1957.

Maar vooral communautaire onderhandelingen vonden er plaats. De gesprekken die voorafgingen aan vele fases van de staatshervorming en die van België een federale staat maakten, met deelstaten van verschillend statuut: gewesten en gemeenschappen. Zo kreeg België er in 1963 kreeg België een binnengrens bij: een taalgrens die zou uitgroeien tot de grens tussen de Vlaamse en Waalse deelstaten.

Dat zijn onderhandelingen waar politici niet graag aan worden herinnerd. Doorgaans verlopen die erg moeizaam. In 2007 trachtte de de Vlaamse christendemocraat Yves Leterme in de beslotenheid van het kasteel een oranje-blauwe coalitie op de been te helpen, bestaande uit christendemocraten en liberalen van beide zijden van de taalgrens en de Vlaams-radicale N-VA. Die poging liep uiteindelijk op een sisser af. Leterme had in die periode zelfs twee keer zijn ontslag aangeboden aan toenmalig koning Albert II. Inderdaad, in België stelt de koning nog steeds informateurs, formateurs, onderhandelaars, verkenners, bemiddelaars, begeleiders en opdrachthouders aan of wat er ook nodig is om er toch maar in te slagen een federale regering in het zadel te helpen. Vooral het jongste decennium was de monarchie nogal creatief in het bedenken van steeds nieuwe namen en functies voor het ontwarren van de knopen in de regeringsonderhandelingen.

Hugo De Ridder, éminence grise van de Belgische journalistiek, schreef ooit dat Belgische politici in de jaren 1970 en 1980 een specifieke voorkeur hadden zich terug te trekken in het Hertoginnedal, als er zich moeilijke onderhandelingen aandienden. De Ridder: ‘Het kasteel met zijn vele ruimtes, de ongedwongen sfeer, de zetels bij het haardvuur, de lange wandelingen door het Park, blijken uitermate geschikt om politiek moeilijke knopen te ontwarren.’

Wat hij er niet bij vertelt is, dat de afstand tussen het kasteel en het hek aan de straat behoorlijk groot is. Aan dat hek staan journalisten aan te schuiven om toch maar een glimp van de vergaderende staatslui te krijgen. Politici in binnen- en buiten rijdende auto’s hoeven niet noodzakelijk te stoppen, journalisten zijn er nogal machteloos en slagen er minder makkelijk in om informatie los te weken bij politici.

Bij de jongste regeringsonderhandelingen in 2014 trokken Bart De Wever – als informateur voor de grootste partij van het land, de N-VA – en Charles Michel – als formateur, ondertussen premier voor de Franstalige liberale MR – weg van de kastelen. Transparantie was het toverwoord. Onderhandelingen vonden vooral plaats in de Kamer. Met zicht op het Warandepark in Brussel, waarrond ooit de centra van de Belgische macht lagen: de Generale Maatschappij, Kamer en Senaat (vergelijk met de Tweede, resp. Eerste Kamer), het koninklijk paleis van Brussel … Gebouwen die herinneren aan Willem I, koning van het zogenaamde verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830/39).

De directe en no-nonsensestijl van De Wever, Michel en de andere leden van de huidige centrumrechtse federale regering matchen niet met kastelen. Maar na een weekend kamperen in Hertoginnedal is er nog geen oplossing. Het gat in de begroting blijft even groot, wordt zelfs groter. Partijen zijn niet bereid hun heilige huisjes op te geven. En een dinsdag bekend gemaakte opiniepeiling, waaruit blijkt dat enkel de Vlaamse christendemocraten het goed doen, zal de gesprekken niet vergemakkelijken. De CD&V is immers de meest linkse partij in de regering, en die kondigde een paar weken terug aan een offensievere koers te varen en zich niet te storen aan de noodzakelijke consensus in de regering.

Toen in 2014 alle Belgen mochten stemmen voor zowel hun regionale – Waalse, Brusselse, Franstalige en Vlaamse – parlementen en voor de federale Kamer (en voor Europa) dachten politici dat er vijf jaar rust zou komen. Vijf jaar om te regeren, ongestoord door verkiezingen op een ander niveau. Ondanks die samenvallende verkiezingen, duiken de laatste weken stemmen op dat deze federale regering het niet zal volhouden tot het einde.

Misschien moeten de partijen uit noord en zuid zich toch nog maar eens terugtrekken in Hertoginnedal, of in een ander kasteel. Nog één laatste keer. Om de boedelscheiding te onderhandelen. En een streep te trekken onder én door dit koninkrijk dat met spuug en touwtjes aan elkaar hangt.