Het addergebroed van Molenbeek

Molenbeek was vorige vrijdag het terrein van een groots opgezette politie-actie. De antiterroristische eenheid slaagde erin een terroristische moslimcel op te ruimen. Hoofdverdachte en voortvluchtige Salah Abdeslam werd gevat, net als zijn kompaan Amine Choukri. Mohamed Belkaid werd neergekogeld.

Eens de operatie achter de rug, zou een tweehonderdtal ‘jongeren’ de nog aanwezige politie hebben bekogeld met stenen. Een akkefietje dat amper een voetnoot waard was in de vaderlandse pers. Niet alleen kreeg het weinig aandacht in de pers – op de openbare omroep VRT zelfs helemaal géén – ook de woordkeuze om het – zonder meer – over ‘jongeren’ te hebben, en de wijk waar de feiten zich afspeelden een ‘volkswijk’ te noemen, zijn frappant. Volkswijken zijn wijken waar (autochtone) arbeiders wonen. Die hebben ondertussen al een paar decennia plaats geruimd voor islamitische nieuwkomers. Meteen weet u ook waar die jongeren vandaan kwamen. De hele situatie noopte minister-president Geert Bourgeois ertoe de VRT op de vingers te tikken. Die zender was trouwens ook niet aanwezig bij de feiten. Commerciële televisie-omroep VTM daarentegen wel. Die versloeg het hele gebeuren live en won daarmee afgelopen vrijdag en weekend de concurrentieslag tussen beide zenders.

Maar er is meer. Die volkswijken maakten plaats voor ghetto’s. In een gemeente als Molenbeek is de apartheid ver doorgedreven – het Franstalige weekblad Le Vif heeft het over ‘communautarisering’. In de bovenstad nog vele Franstalige Brusselaars, vele blanken, vele EU-burgers ook. In de benedenstad een moslimenclave waar één gemeenschap een totaal andere inkleuring geeft aan het leven in West-Europa. Een gemeenschap die lak heeft aan de waarden en normen van het westen en een oemma vormt ter verdediging van de geïmporteerde cultuur, incluis extremistische uitwassen, incluis – weten we nu – terroristische elementen. Het is een gemeenschap op zich, waar blanken – en al zeker geen Vlamingen – zich amper nog wagen. Op zichzelf gericht, in zichzelf gekeerd. Waar journalisten vakkundig worden weggepest. Waar politie amper nog haar gezicht durft tonen. Dit is geen samenlevingsprobleem meer, dit is een probleem van een samenleving in een samenleving. Een samenleving voor wie ‘Abdeslam niet “de vijand nummer 1” is, hij is juist een held. Hun held.’ Een samenleving waar kinderen op straat ‘Abdeslameke’ spelen, zoals Pieter Bauwens het schreef op Doorbraak.be.

Het feit dat Abeslam vier maanden ondergedoken geweest is in Molenbeek, spreekt op zich. Blijkbaar was de hele buurt op de hoogte. Blijkbaar kreeg hij hulp van buitenaf. Blijkbaar is Molenbeek niet alleen de jihadihoofdstad van Europa is, maar is er ook een ‘moeder van de jihad’. Een soort islamitische mamma die al zes leden van haar familie Aberkan naar Syrië zag vertrekken. Drie andere leden van diezelfde familie werden vorig jaar veroordeeld bij een groot terrorismeproces in Brussel. In totaal werden minstens tien familieleden veroordeeld tot celstraffen, variërend van 40 maanden tot 20 jaar. De krant De Standaard noemt de familie terecht ‘een radicaal fabriekje’. Maar het was wel voor het eerst dat we er iets over die familie Aberkan vernamen in de media. Het is die familie die verdachte nummer één Abdeslam onderdak had geboden.

Professor Anne Speckhard van Georgetown University (Washington DC) was toevallig afgelopen weekend in het land om te praten over radicalisering bij islamitische jongeren. Ze noemde België, en ze heeft ongeveer zeven jaar in ons land gewoond, geen failed state, zoals dat de voorbije maanden steeds meer gebeurde, maar een state in denial. Want dat een islamitische oemma zich zou ontfermen over een idealistische ‘zoon’ – al was hij dan een van de daders van Parijs – stond volgens haar in de sterren geschreven. Hetzelfde gebeurde eerder in Tsjetsjenië waar moslimterroristen onderdak werd geboden.

Afgelopen vrijdag en weekend reageerde het hele land nog euforisch op het feit dat Abdeslam was opgepakt in Molenbeek. Een zeldzame kritische stem stelde zich de vraag waarom de politie hem niet al vier maanden eerder had opgespoord. Vandaag, na de gruwelijke aanslagen in en om Brussel – elk uur krijgen we nieuwe details – is het land in rouw. In de pers durven sommige beleids- en opiniemakers nog geen verband leggen. Maar feit is dat Molenbeek dient ‘opgekuist’ te worden. En dringend.

Alleen … Die schoonmaakoperatie mag niet alleen van buitenaf gevoerd worden. Niet enkel politie, leger, veiligheidsdiensten dienen ingezet. Veel belangrijker is dat de islamitische gemeenschap in de radicale enclave zelf afstand doet van bepaalde elementen uit haar midden. Islamofascistische figuren, oud-Syriëstrijders of Syriëstrijders in spe … De collaboratie van de stilzwijgende meerderheid moet stoppen. De accommodatiepolitiek van een grote groep conservatieve moslims moet stoppen. Het volstaat niet dat de kersverse voorzitter van de Moslimexecutieve de aanslagen in en om Brussel veroordeelt. De islamtische gemeenschap zal zelf eerst een ‘grote schoonmaak moeten organiseren, de Molenbeekse omerta opgeven en de meest extremen in haar oemma moeten aangeven. Zolang een bepaalde moslimgemeenschap het extremistische addergebroed aan de borst drukt, zal Molenbeek geen vrede kennen.