De brokken van Madame Non

De Franstalig Brusselse minister Joëlle Milquet beleeft haar beste dagen niet. Nog niet zo lang geleden was ze partijvoorzitter van de kleine linkse partij cdH en zelfs vicepremier. Vandaag wordt met gretigheid haar vuile was uitgehangen. Ze mag zich stilaan voorbereiden op haar exit.

Naar beide vorige federale verkiezingen trok ze met een sterk emotioneel belgicistisch discours. België dient niet alleen behouden, maar ook versterkt, de versnippering van bevoegdheden moest stoppen. Een deel van haar kiespubliek is van een gezegende leeftijd, en herinnert zich nog het België van vóór de eerste staatshervorming in 1970. Een ander deel van haar kiespubliek is erg Brussels, links-multicultureel en per definitie anti-Vlaams. Nochtans is haar kleine partij cdH (centre démocrate humaniste) de opvolger van de ooit machtige Franstalige katholieke PSC. Mocht ze haar partij niet hebben vastgeklonken aan de almachtige Parti Socialiste, met wie ze in Brussel en Wallonië de macht deelt, was ze allicht al weggedeemsterd. Maar nu gaat er geen week voorbij, of ze komt in opspraak.

Madame non

Milquet wordt ook wel ‘Madame non’ genoemd. Omdat ze in het recente verleden op elke vraag naar enige hervorming steevast ‘neen’ antwoordde, maar dan in het Frans. Ze spreekt amper Nederlands, maar was wel zes jaar lang federaal minister, vicepremier zelfs en minister van Binnenlandse Zaken. Er wordt lachend beweerd dat ze elke dag wel een paar Vlamingen tussen haar boterhammen legt …

Eind 2015 was minister Milquet er als onderwijsminister voor verantwoordelijk de (Franstalige) Brusselse scholen te sluiten tijdens de weken van de terreurdreiging na de aanslagen in Parijs. Kinderen hadden plots geen opvang meer en liepen vogelvrij op straat. Terwijl net dreigingsniveau 4 in Brussel – het op één na hoogste niveau – de bedoeling heeft mensen van de straat te houden.

Begin dit jaar kwam ze in opspraak omdat ze – in aanwezigheid van een twintigtal kinderen – zwaar naar haar woordvoerder en de aanwezige RTBF-journalisten uitviel. Ze was te gast in een televisieprogramma waar kinderen politici vragen stellen. De vragen waren niet naar haar zin. Té kritisch. En dus volgde een uitbrander, de Spaanse furie waardig. Terwijl de camera rolde. Het was niet mevrouw Milquets beste dag.

Twee weken terug kwam ze opnieuw in opspraak voor wat heet onrechtmatig gebruik van publieke middelen. ‘Een hele reeks’ van haar kabinetsmedewerkers had ze bij vorige verkiezingen (2014) ingeschakeld om campagne te voeren. ‘Ze moesten zo veel mogelijk evenementen vinden of organiseren waarop de cdH-frontvrouw potentiële kiezers kon ontmoeten,’ vatte de krant De Morgen het samen. ‘De medewerkers, velen van vreemde origine, moesten contact leggen met de gekleurde gemeenschap in gemeenten als Molenbeek. Later zouden diezelfde medewerkers een plaats op de kieslijsten hebben gekregen. Het Brusselse parket- generaal opende in de zomer van 2014 een onderzoek.’ Dat onderzoek lekte ondertussen uit. Milquet was opnieuw de risée in de pers. De wet op de verkiezingsuitgaven overtreden, is geen licht vergrijp.

Perplex

Afgelopen week dan werd ze plots het voorwerp van een communautaire storm, die ze nota bene zelf over zich had uitgeroepen. Als bevoegd cultuurminister liet ze duidelijk verstaan ‘perplex’ te staan en ‘onthutst’ te zijn omdat twee Vlaamse acteurs werden bekroond op de uitreiking van de ‘Magritte du Cinéma’, de Oscars voor de Franstalige film in België, zeg maar.

Ze vond het ‘een signaal van openheid’ teveel, alsof er in eigen Franstalige gemeenschap niet voldoende talent zou zijn. Dat beide Vlaamse acteurs meespeelden in Franstalige films die door Franstaligen werden geproduceerd, vond Milquet blijkbaar niet voldoende. Dat een van beide acteurs – Veerle Baetens – in Hollywood de lof van België zong, evenmin.

In één beweging pleitte de Franstalige cultuurminister – cultuur is een bevoegdheid van de gemeenschappen in België, dat zijn Vlaanderen en de zogenaamde Franse Gemeenschap (in Wallonië en in Brussel) – voor één Belgische filmprijs, in plaats van aparte awards. De Vlaamse filmprijzen heten Ensors. Bij de uitreiking van die Ensors in 2013 kaapte trouwens de Franstalige actrice Mourade Zeguendi een prijs. Geen Vlaamse haan die er naar kraaide. De ‘federale’ Belgische filmprijzen zijn al een tijdje afgeschaft, omdat er geen animo voor was, ten noorden noch ten zuiden van de taalgrens.

Toeval

Of het Milquet menens was met haar uitval naar de gescheiden filmprijzen, is maar de vraag. Dat ze bewust de camera’s opzoekt en graag provoceert, is al lang geweten. Maar deze discussie in de marge doet iets anders vermoeden. Allicht hoopt ze bij een deel van de Franstalige kiezers haar blazoen op te poetsen. Radicale Franstalige Brusselaars zijn gevoelig voor elke aanval op al wat Vlaams en Nederlandstalig is. En de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2018 staan voor de deur. Bovenal komen de uitspraken net nadat bekend werd gemaakt dat het gerecht een onderzoek is gestart naar de inzet van kabinetsmedewerkers voor haar verkiezingscampagne. Van toeval kan geen sprake zijn.

Hoe dat laatste zal aflopen, is koffiedik kijken. In Vlaanderen is alvast iedereen – van de progressieve krant De Morgen, over liberale parlementsleden en filmmakers tot de minister-president — het erover eens. Met Milquet valt geen land te bezeilen, en al zeker niet het tricolore land dat zij voor ogen heeft.