Belgische regering in slechte papieren

Zoals het er nu naar uitziet, dreigt België op het Europese strafbankje te belanden, naast Spanje, Italië en Griekenland. Nochtans zou de nieuwe regering België terug aansluiting doen vinden bij de ‘neuro’-zone, het noordelijke deel van de eurozone dat de tering naar de nering zet, en – met Duitsland als richtsnoer – de cijfers netjes op een rij zet. Centrumrechts is echter niet de herstelregering zoals de kiezer werd beloofd. In 2018 zou het evenwicht bereikt worden. Zoals de financiële kaarten nu liggen, is dat haast onmogelijk.

‘Show me the money’. Met dat ene zinnetje maakte N-VA-voorzitter Bart De Wever vlak voor de federale verkiezingen van juni 2004, brandhout van zijn grootste opponent PS-voorzitter Paul Magnette. De Franstalige socialisten belandden voor het eerst sinds 1988 in de oppositie, samen met hun Vlaamse collega’s van de sp.a. Een staatshervorming op zich, volgens Buitenlandminister Didier Reynders (van de Franstalige liberale MR).

Toen de vermaledijde Elio Di Rupo (PS) nog premier was, moest men in België elk voorjaar op zoek naar 1,2 tot 1,8 miljard euro. Met liberalen en de nog liberalere N-VA in de regering is het gat gegroeid tot 3,2 miljard. Geen klein bier. Centrumrechts ligt dan ook onder vuur.

Wim Moesen, professor economie uit Leuven, wijt het begrotingstekort aan de tax shift, die niet correct is uitgevoerd. Verlaging van de persoonlijke inkomstenbelastingen had moeten gecompenseerd worden door inkomsten uit vermogen in te voeren. Een vermogensbelasting met andere woorden, een taboe voor liberalen en N-VA.

De huidige voorzitter van de Kamer, Siegfried Bracke, kondigde op 31 augustus 2013 aan dat de N-VA – een partij wier DNA erin bestaat België verder te regionaliseren – haar communautaire programma aan de kant zou schuiven als er een liberaal herstelbeleid zou gevoerd worden. Daar ligt de sleutel van de huidige federale regering. Een regering mét de N-VA en zónder PS zou de begroting na drie jaar in evenwicht krijgen. Maar dat lukt dus niet.

Ondertussen tikt de klok. In 2019 zijn er opnieuw verkiezingen. Die lijken nog veraf. Het weinig rooskleurige financiële plaatje zou wel eens een reden kunnen zijn waarom de N-VA in januari besliste om terug het communautaire pad te kiezen. Enkele Kamerleden zijn belast met de taak het communautaire programma uit te klaren. Doel: van België een confederale staatte maken, waar de deelstaten een prioritaire taak spelen. Want als het ‘liberale’ economische beleid geen vruchten afwerpt, zal de N-VA vooral de ‘klassieke’ communautaire kiezers aan zich moeten binden.

Wat is er fout gegaan? Rik van Cauwelaert, ancien in de Wetstraat en invloedrijk commentator van de financiële krant De Tijd, wijt het onder andere aan een slechte relatie tussen het kabinet van N-VA-minister Johan Van Overtveldt en de administratie, waar ambtenaren doorgaans een rood of rooms etiket hebben.

Er zijn natuurlijk ook de terreurdreiging en de vluchtelingenproblematiek, waardoor Veiligheid en Binnenlandse Zaken meer geld opslorpen. Maar dat zal de EU wel door de vingers zien.

Belangrijker: de tegenvallende inkomsten. Die kunnen maar rechtgetrokken worden als de federale partijen ingrijpen in plaats van kibbelend over de keien van de Wetstraat te rollen. De federale regering wordt wel eens ‘kibbelkabinet’ genoemd; Van Cauwelaert voorspelt dat ze nog voor de verkiezingen van 2019 zal vallen.

Centrumrechts zal zich dus moeten herpakken. Belastingen heffen, besparen in de sociale zekerheid, de miljardentransfers van Vlaanderen naar Wallonië objectief bijsturen … Het zijn maar enkele opties. Maar N-VA en Open Vld willen geen extra taksen, de christendemocratische CD&V en Open Vld niet besparen in de sociale zekerheid, en de MR-ministers vallen nog liever dood dan de transfers te herbekijken.

Donkere wolken pakken zich samen boven de Brusselse Wetstraat. Het lijkt wel of paars van oud-premier Guy Verhofstadt terug is …