Molenbeek, het einde van de wereld?

Molenbeek, een van de 19 gemeenten die samen het autonome gewest Brussel vormen in België, is sinds november niet meer weg te denken uit de internationale pers. Sint-Jans-Molenbeek - zo heet de gemeente voluit - telt net geen 100.000 inwoners en bestaat uit een ‘laag’ Molenbeek en een ‘hoog’ Molenbeek, wat de hoogteverschillen aanduidt: van de kanaalzone naar het glooiende Pajottenland toe. Laag Molenbeek is de probleemzone. Het rijkere (en blankere) Hoog Molenbeek zit vooral in de knoei met de kwalijke reputatie van de gemeente.

Mocht u het zich niet herinneren, enkele krantenkoppen uit Nederlandse pers van de voorbije maanden. ‘Belgen lieten terroristen ongestoord gang gaan’ (De Telegraaf); ‘Terreurcel achter “Parijs” was al vier jaar bekend bij Belgen’ (Trouw); ‘Keihard Brussels bendedrama’ (Trouw); ‘Snoeihard straatleven in Molenbeek’ (De Telegraaf); ‘Brussel weer in ban van terreurdreiging’ (Trouw); ‘België is geen mislukte staat, maar er zijn wel mislukte stukjes’ (Financieel dagblad), ‘Moslimjongeren maken elkaar gek’ (Volkskrant).

Voor wie de puzzel nog niet heeft gelegd: Molenbeek was de gemeente waar de massamoordaanslagen in Parijs op 13 november werden beraamd. De gemeente waar de daders werden geronseld. De gemeente waar hele buurten als een no-go-zone gelden voor de politie. De gemeente ook die gedurende twintig jaar werd geleid door Philippe Moureaux. Een Franstalige socialist en gewezen minister die liet betijen, politie bewust niet liet optreden toen het nog kon, moskeeën liet radicaliseren waar hij had kunnen ingrijpen, en een vorm van cliëntelisme voerde waar men in de vroege middeleeuwen deemoedig voor zou buigen, uit respect.

Al in 2005 legde Derk Jan Eppink - hij had toen nog niet zo lang zijn pen neergelegd als journalist van De Standaard - de vinger op de wonde. Molenbeek was niet langer een arbeidersgemeente, maar een gemeente met veel islamitische nieuwkomers. Op die nieuwkomers bouwde Moureaux zijn imperium uit. Voor wat hoort wat. Voor dichtgeknepen oogjes kwamen er stemmen uit de moslimgemeenschap. Eppink noemde dit ‘islamosocialisme’ en voorspelde dat Molenbeek ‘de Gazastrook’ van België zou worden. Tien jaar later kreeg hij overschot van gelijk.

Minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid Jan Jambon (N-VA) sprak stoere taal nadat bekend werd dat de Parijse aanslagen een directe link hadden met Molenbeek. Hij zou Molenbeek ‘opkuisen’, daarmee allicht verwijzend naar de uitspraak van Nicolas Sarkozy als binnenlandminister in Frankrijk. Die zou ook naar de Kärcher grijpen om het vreemde schorremorrie van de straat te spuiten.

Van die maatregelen is voorlopig nog niets in huis gekomen. Het is afwachten wat er zal ondernomen worden. Ondertussen blijft Molenbeek in de media. Oud-burgemeester Moureaux vond het nodig snel een boek te publiceren over zijn gemeente en - vooral - zijn beleid. Als een volleerd struisvogel steekt hij de kop in het zand. Onder zijn bewind waren er geen problemen (lees: ze werden amper of niet geregistreerd of geremedieerd). Alle kwaad is begonnen toen hij plaats moest ruimen voor een antisocialistische coalitie in januari 2013. Onder hem, zo durft de man beweren, zou het nooit zo ver gekomen zijn. Hij zou de schurken snel gegrepen hebben. En de Syriëstrijders zijn toch maar ná hem naar het Midden-Oosten getrokken? In het Frans zegt men dan: mentez, mentez, ilen reste toujours quelque chose (‘blijf maar liegen, er blijft altijd wel iets van hangen’).

De gevierde no-nonsense journalist Eric Goens woonde ondertussen 100 dagen in de Europese terroristenhoofdstad. Hij maakte er een indringende reportagereeks over, die ook in de Nederlandse kranten werd aangekondigd. (De reeks loopt op maandagavond op één.) Het is een verhaal van een Molenbeek waar een blanke Vlaming te pas en te onpas word uitgescholden voor sale flamin en hoerenzoon, waar verkeershooligans de straten beheersen, enkel moslims toegang krijgen tot (radicale) garagemoskeeën … ‘Dan krijg je begrip voor al diegenen die Molenbeek een bikkelharde en vaak ronduit racistische enclave vinden’, stelt Goens in het weekblad Knack. De journalist trok relatief onbevooroordeeld naar de jihadihoofdstad, maar zegt nu: ‘Bij dezen, een welgemeende fuck you aan alle geitenwollensokken die ziende blind zijn en manmoedig blijven proberen om een deel van de realiteit op flinkse wijze onder de mat te vegen.’

Toen Eppink tien jaar terug al waarschuwde voor de risico’s van het islamosocialistische beleid van burgemeester Moureaux, was hoongelach zijn deel. Toen een centrumrechts gemeentebestuur diezelfde Moureaux naar huis stuurde, kon niemand inschatten dat de problemen zo groot waren. Zwaargewapende politie is nu alomtegenwoordig, huiszoekingen meer regel dan uitzondering. Ter linkerzijde wordt moord en brand geschreeuwd om met voeten getreden mensenrechten. Maar als het huidige gemeentebestuur, Brussel en - vooral - België het eens zijn om hun internationale reputatie terug op te poetsen, moet er drastisch ingegrepen. Een tijdelijke en geografisch beperkte ‘noodtoestand’, zoals in Frankrijk, zou geen kwaad kunnen. Haal de Kärchers maar boven!