Belgicisme boven? Lijkt me voorbarig ...

De studie van Dave Sinardet duidt evenzeer op de relativiteit van het belgicisme bij Vlaamse parlementsleden.

'Kunnen we ons de luxe blijven veroorloven ons steeds weer met communautaire tegenstellingen bezig te houden, terwijl zoveel belangrijkere maatschappelijke problemen op een oplossing wachten?' De vraagstelling is al zo oud als de straat. Toen hij nog het voorzitterspetje droeg van voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging, draaide huidig N-VA-Kamer­fractieleider Peter De Roover de vraagstelling om: "Kunnen deze essentiële maatschappelijke problemen wel losgekoppeld worden van de communautaire tegenstellingen?" Hij deed dat in het boek Dit is Belgisch: Kroniek des faux problèmes (1997).

Dave bij jong-N-VA.png

Het jaar is nog maar vier weken oud. En we hadden al op de taalgrens gesplitste vakbondsstakingen, een verschillende visie op wapenleveringen aan Saudi-Arabië, een opsplitsing van de Moslimexecutieve in een Vlaamse en Franstalige kamer. En terwijl ik deze opinietekst tik, lees ik een tweet van Ivan De Vadder (VRT) naar aanleiding van de erbarmelijke staat van de Brusselse Stefaniatunnel: 'Bij mobiliteitsdossiers is het blijkbaar zo goed als onmogelijk om de communautaire geest in de fles te houden #beliris #ringrondbrussel'. In die vier dossiers hoorde ik nog niemand spreken over herfederalisering.

Net gisteren pakte Dave Sinardet met enkele collega's uit met een studie onder parlementariërs van alle federale en deelstaatparlementen van het koninkrijk. Die lijken zich en masse – de falanx van de N-VA, het peloton van CD&V en het uitgedunde leger van het Vlaams Belang uitgezonderd – 'opnieuw' meer Belg te voelen dan voorheen en gewonnen te zijn voor het herfederaliseren van bevoegdheden. Met een analogie naar de V-partijen mogen we, met Sinardet en co., dus ook spreken van B-partijen.

Maar hoe Belgisch zijn die volksvertegenwoordigers uit de diverse standen en landen? Is dit een zaak van overtuiging, van opportunisme of strategie? Op een moment dat de grootste partij in Vlaanderen een duidelijk nationalistisch etiket draagt, lijkt het niet abnormaal dat de partijpolitieke concurrenten aan die alteriteit hun identiteit ontlenen. Als de grootste wit is, zullen de anderen eerder zwart kiezen. Dat heeft niet alleen met polarisering te maken, maar ook met debat, en vooral met identiteit.
Ook in het onderwijsveld staat het véél kleinere gemeenschapsonderwijs (GO!) sterker op zijn identitaire strepen dan de mastodont die het Katholiek Onderwijs Vlaanderen is. Hoe groter de partijpolitieke vertaling van het Vlaams-nationalisme en hoe luider haar stem, hoe meer andere partijen zich daartegen zullen afzetten.
Doet ook de CD&V dat niet – op fiscaal en sociaal vlak – in de federale regering? Om dan uit te roepen dat alle parlementsleden belgicist zijn, lijkt mij voorbarig. Ze zetten zich af, zetten hun hakken in het zand. Nu. Want als straks wordt gedreigd met een institutionele atoombom zullen we wel zien bij welk niveau de loyauteit ligt. En vermits in België alles communautair is...

Anderzijds, als Vlaamse parlementariërs zich meer Belg voelen dan voorheen, dan kun je je ook de vraag stellen of het wel een goede zaak is dat de N-VA nog vier jaar zwijgt over 'het communautaire'. De partij is met handen en voeten gebonden, dat herhaalde Peter De Roover in deze krant (DM 23/1).
Of een werkgroep-Vuye de Vlaamse trom zal luiden, is maar de vraag, die wil vooral aan studie- en wetgevend werk doen. Op de brede Vlaamse Beweging moeten we ook niet rekenen, de N-VA heeft daar als volleerd koppensneller veel goede krachten weggekaapt. Toch zal het van die natuurlijke Vlaamse achterban, die de Vlaamse Beweging is, afhangen of de N-VA op communautair vlak wakker genoeg zal zijn in 2019. Want als in 2019 de V-partijen – en ik reken er CD&V nog bij – geen beduidend overwicht hebben in Vlaanderen, zouden de B-partijen zich tegen die N-VA kunnen richten. Met een nieuwe PS-regering als gevolg, een communautair scherpere N-VA en ... opnieuw Vlaamsgezinder parlementsleden.