Alles is communautair in België, ook vakbondsacties

‘België is twee landen.’ Peter Vandermeersch was nog hoofdredacteur van De Standaard toen hij met deze oneliner de federale parlementsverkiezingen van 2009 samenvatte in zijn krant. Sindsdien is bij elke stembusslag opnieuw gebleken hoe verschillend het noorden en het zuiden van België stemmen. Maar niet enkel partijpolitiek vertoont het land scheurtjes. Zelfs de vakbonden, die niet staan te springen om communautaire verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië aan te dikken, liggen intern overhoop.

 

Afgelopen week staakten de vakbonden van de de Belgische spoorwegen (NMBS). Oorspronkelijk wilden ze vijf dagen staken. Maar onder druk van de publieke opinie – de vakbonden in België verliezen met de dag aan populariteit – werden dat er twee. En dan nog enkel in Franstalig België. Want de Vlaamse bonden beslisten niét mee te staken. 

Daarmee was de staking vorige week historisch. De voorbije halve eeuw is er nooit zo’n onenigheid geweest tussen de Waalse en Vlaamse (spoor)bonden. Daar heeft de totaal verschillende perceptie in Wallonië en Vlaanderen mee te maken. Maar ook de samenstelling van de huidige federale regering; de regering op Belgisch niveau.

Die regering heeft een grote meerderheid in Vlaanderen (66,8%), met de Vlaams-nationale N-VA, de christendemocratische CD&V en de liberale Open Vld. In Franstalig België wordt de regering enkel gesteurd door de liberale MR, die er een kwart van de kiezers vertegenwoordigt. Alle andere Waalse partijen zitten in de Kamer in de oppositie, net als de Vlaamse sociaaldemocraten sp.a en Groen of het radicaal-rechtse Vlaams Belang. U begrijpt het goed: in België zijn er géén Belgische partijen. Enkel Vlaamse of Franstalige.

Vakbonden – per definitie links – neigen de huidige centrumrechtse regering het leven zuur te maken. Maar vakbonden in Vlaanderen lopenminder hard van stapel, volgen eerder een sociaaldemocratische, gematigde weg. De broeders in het zuiden, aangejaagd door de extreemlinkse Partij Van De Arbeid (PVDA), lijkt meer op de gewapende arm van de in Wallonië almachtige PS, de socialistische partij die er al sinds de Eerste Wereldoorlog de plak zwaait. Gesteund door die machtige partij, grijpt de FGTB – Franstalige vleugel van de socialistische vakbond – te graag en te vaak naar stakingswapens allerlei zoals de spoorwegen lamleggen of autosnelwegen blokkeren. 

Vlaamse vakbonden mochten zich dan afgelopen weekend nog op de vlakte houden, ze delen evenzeer in de klappen. Mocht het Keulse drama de publieke opinie niet hebben beheerst, vorige week, zouden de vakbonden de risée geweest zijn op Twitter en Facebook. Ook de invloedrijke Wetstraatwatcher Carl Devos legde in de krant De Morgen de vinger op de wonde: ‘Belgische vakbonden zijn stug, te gericht op conservatief behoud van soms onhoudbare verworvenheden, te defensief. Te weinig constructief creatief of veranderingsgezind.’ 

Reden te meer waarom Vlaamse politici van N-VA en Open Vld de laatste maanden al eens recht voor de raap de vakbonden tot de orde riepen en hun rol willen terugdringen. Door hen rechtspersoonlijkheid te geven, waardoor ze – ook financieel – verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor hun acties. Of het sociaal overleg, waar vakbonden én werkgeversorganisaties samen rond de tafel zitten, te evalueren. Het lidmaatschap van een vakbond niet langer fiscaal aantrekkelijk te maken. Of de vakbonden gewoon op de knieën te dwingen door hen niet langer de werkloosheidsvergoedingen te laten uitkeren. Waarbij het altijd Vlaamse stemmen zijn die zulke eisen stellen. In Wallonië hoor je amper een kritische stem over de vakbonden of over de spoorstakingen van afgelopen week.

En wil je niet de vakbonden als zodanig viseren, dan zijn er nog andere oplossingen. Bart De Wever, voorzitter van de N-VA – de grootste partij van het land – suggereerde om de spoorwegen communautair te organiseren – in België heet dat ‘splitsen’. Hij gooide provocerend de idee op tafel om de spoorlijn Charleroi-Brussel-Antwerpen te splitsen in Brussel, zodat Antwerpse pendelaars niet langer gegijzeld zouden zijn door vakbondsacties van Franstaligen. Zijn minister Ben Weyts, onder andere bevoegd voor mobiliteit op het Vlaamse niveau, stemde snel in: het buurtverkeer van trams en bussen is al langer gesplitst, en dat werkt uitstekend, dus waarom ook de spoorwegen niet?