N-VA: partij zonder vleugels

De linkervleugel van de N-VA is haast onbestaande, stelt een Gentse onderzoeker. Sinds wanneer heeft de N-VA vleugels?

Reporters_16352212.jpg

Twitter als bron voor een commentaarstuk op Doorbraak. Voormalig chef Politiek van Doorbraak Peter De Roover - nu Kamerlid voor N-VA, haalde er vaak zijn mosterd voor commentaarstukken en andere bespiegelingen. Ik treed - eventjes toch - met plezier in zijn voetsporen.

Woensdagochtend haalde Vlaams Parlementsvoorzitter Jan Peumans grote krantenkoppen door zijn partijtop te bekritiseren. Als het over de vluchtelingen- of asielcrisis gaat, moet Theo Francken beleid voeren, in plaats van op de sociale media bepaalde euh onkiese uitspraken te doen.

Peumans, die Groen zou stemmen mocht zijn partij niet bestaan, wordt doorgaans tot de ‘linkervleugel’ gerekend van de N-VA. Nicolaas Bouteca, politicoloog van de Ugent die dringend vanuit de schaduw van Carl Devos moet treden, twitterde dat een studie van zijn collega Bram Wauters duidelijk maakt dat die linkervleugel weinig voorstelt.

Prompt berichtte ook Bram Wauters zelf. Op basis van een vergelijkend onderzoek bij leden van alle Vlaamse partijen poogt hij te achterhalen hoe zij zich positioneren op de links-rechtsschaal.

Dat de methodiek nogal wenkbrauwen doet fronsen, doet er hier niet toe. De man bevroeg leden. Die mochten zichzelf positioneren op een schaal van 1 tot 11 - 5 is dan het absolute centrum. Blijkt dat N-VA-leden zich vooral positioneren op 8 en vervolgens 7, 6 en 5. N-VA, althans volgens de bevraagde leden, rechts-centrum-rechts zeg maar.

Het bracht een discussie teweeg op Twitter tussen Knack-journalist Peter Casteels en de alomtegenwoordige en altijd gevatte twitteraar Pensioenspook (een pseudoniem). Casteels wijdde een stuk op Knack aan de studie van Bram Wauters en vestigde hier de aandacht op met de vraag ‘Wat stellen de linkervleugel van CD&V en N-VA nu eigenlijk echt voor?’

Pensioenspook reageerde: ‘De linkervleugel is kleiner dan wordt aangenomen? Euh wie heeft dan ooit gezegd dat die linkervleugel NVA iets voorstelde?’ 

Waarop Casteels: ‘De noordflank van N-VA is een geijkte term.’

Pensioenspook antwoordde terecht: ‘Is eerder spanningsveld tussen nationalistische partij en niet nationalistisch electoraat. Meer Vlaanderen als middel/doel.’

Op dat moment mengde ik me in de discussie door Pensioenspook gelijk te geven: ‘Ben het eens met het spookje; heeft m strategie en communautaire invulling te maken niet m links/rechts.’

Vleugelloos 

De N-VA heeft immers geen linkervleugel. Zomin heeft de partij een rechtervleugel. Er is geen middenstands- of boerenvleugel, geen groene of havenvleugel, er is geen sociale vleugel, volksnationalistische of conservatieve vleugel (waar het eventjes wel op leek bij Jong-N-VA), geen oud-Volksunie- of ex-VLD-vleugel. De N-VA heeft zelfs geen Vlaams-nationalistische vleugel. De N-VA heeft helemaal geen vleugels 

Meer zelfs, in de N-VA is zelfs géén plaats voor tendensen. Althans bij kaderleden en parlementariërs is het zoeken naar dissidente stemmen of afwijkende meningen. Hoogstens Jan Peumans en Zuhal Demir wordt al eens toegestaan een beetje buiten de lijntjes te kleuren, en dat wordt dan snel opgepikt door de media. Een VRT-journalist bevestigt dat beide politici graag naar hun mening wordt gevraagd omdat ze het allebei - maar vooral Demir - goed kunnen uitleggen én omdat ze al eens de strikte partijdoctrine durven verlaten in hun communicatie. Iets waar anderen haast als de dood voor zijn.

Een politieke partij moet natuurlijk ook een oorlogsmachine zijn. En zo’n machine duldt weinig tegenspraak. Alle neuzen in dezelfde richting, dan gaat de tanker ook sneller vooruit in de op het officiersdek gekozen richting. En als je een bepaalde oppositietactiek met bijbehorende standpunten hebt gevolgd, om nadien het beleid te voeren op cruciale departementen op regionaal en federaal niveau - ook niet altijd makkelijk te rijmen - dan is het des te belangrijker dat iedereen in een stalen gelid marcheert al dan niet mit ruhigen festen Schritt. 

Tendensgroepen

Toch stelt het ook vragen. Een grote, brede volkspartij, die de N-VA wil zijn, zou baat kunnen hebben bij tendensen. In de christendemocratie heetten dat vroeger standen. De Britse Tories zijn kampioenen in het tendensrecht (van sociaal-conservatief tot conservatief-libertair, van high tory tot red tory). Binnen de Franse centrumrechtse MRP en zijn voorganger RPR had je politieke clubs (zoals de Club l’Horloge). En zelfs bij de oprichting van de VLD werd er ruimte gelaten voor ‘politieke clubs’ (wijlen de Vlaamse liberale politieke club Nova Civitas van Boudewijn Bouckaert maakte gebruik van dat recht).

Zo niet de N-VA. Deze eerste bewindsperiode waarin de volkspartij die de N-VA wil zijn, deel uitmaakt van alle ‘staten en raden’, is de partij als de dood voor uitgesproken meningen, kaderleden of parlementariërs die eens buiten de lijntjes kleuren, laat staan zich met gelijkgestemden zouden organiseren en in parlementen of gemeenteraden rond bepaalde onderwerpen eigen ‘kieskringen’ te vormen. Een geoliede partijmachine laat geen dissidentie toe, geen vrije meningsuiting, tenminste toch niet als het erop aankomt om het groene of rode knopje in te drukken in de parlementen. Vleugels komen er al helemaal niet aan te pas. Het risico van vleugels bestaat er immers in dat een partij vleugellam zou kunnen worden door het steevast zoeken naar en sluiten van interne compromissen.

Vandaar ook dat het nieuwe sociaalflamingantische initiatief Vlinks niet in de schoot van de N-VA optreedt. Vandaar ook dat Doorbraak niet de stem is van een bepaalde communautair rechtlijnige groep - ook al vreesden sommigen dat bij de intrede van Peter De Roover en Hendrik Vuye in de Kamerfractie. Daarom ook dat de overgelopen oud-VLD’ers of oud-LDD’ers geen front vormen.

Het zou nochtans mooi zijn, zo’n tendensrecht. Het zou de keuze voor de N-VA voor velen misschien makkelijker maken. Maar evenzeer strookt dat tendensrecht niet met de particratie die België is. Mocht België een normaal land zijn, of mochten we een eerlijker kiesstelsel hebben (cf. Wilfried Dewachter), of mocht Bart De Wever minder incontournable zijn in de N-VA én in de media, er zouden allicht snel tendensgroepen ontstaan. Het veelkleurige postverzuilingslandschap dat de dubbeldemocratie België en zijn copycat Vlaanderen zijn, laat echter weinig ruimte voor échte vernieuwing.