Meer sí’s dan no’s

Mochten de regionale Catalaanse verkiezingen een referendum geweest zijn, had het kamp pro onafhankelijkheid verloren, zo luidt het bij de tegenstanders. Dat klopt niet, schrijven Karl Drabbe en Bart Maddens, want de vergelijking gaat niet op. Een echt referendum had een andere uitslag opgeleverd.

Elke verkiezing heeft haar verrassing. Maar soms is de verrassing dat er helemaal geen verrassing is. Dat was zondag het geval in Catalonië (DS 28 september). Het resultaat was precies wat de peilingen hadden voorspeld: het ja-kamp (Junts pel Sí en CUP) haalt met gemak een meerderheid in zetels, maar mist (met 47,8 procent) nipt de meerderheid in stemmen. De reacties waren al even voorspelbaar: als dit een referendum was, dan hebben de voorstanders van onafhankelijkheid verloren. 

De pro-onafhankelijkheidslijst Junts pel Sí had nochtans niets liever gewild dan een echt referendum. Voortgaand op het resultaat van zondag hadden ze dat met gemak kunnen winnen. Want ook in de socialistische PSC, het linkse kartel Catalunya Sí que es Pot en de christendemocratische Unio zitten voldoende voorstanders van onafhankelijkheid om de balans naar het ja-kamp te doen overslaan. Dat is net de reden waarom de Spaanse nationalisten geen echt referendum willen: ze weten dat ze dat zouden verliezen.

Institutionele oorlog

In de Catalaanse kwestie wordt al enige tijd een institutionele oorlog gevoerd. Het is een oorlog met ongelijke wapens. Madrid gebruikt alle mogelijke institutionele middelen om de Catalaanse regering te dwarsbomen. Het referendum van vorig jaar werd verboden. Het Grondwettelijk Hof wordt ingezet om de Catalaanse autonomie te beperken en gisteren werden de eerste stappen gezet om minister-president Artur Mas te vervolgen voor zijn betrokkenheid bij het ‘illegale’ referendum van vorig jaar.

Het enige wapen dat de Catalaanse regering daartegenover kan plaatsen zijn regionale verkiezingen. Nu ze door Madrid met de rug tegen de muur is geplaatst, heeft ze dat ultieme wapen ingezet. Ook het ja-kamp kan profiteren van het kiesstelsel: zonder een meerderheid van de stemmen halen ze een absolute meerderheid in zetels. Na alle schoftenstreken van Madrid is het volstrekt legitiem dat de onafhankelijkheidsbeweging die kleine institutionele bonus maximaal probeert te verzilveren.

Junts pel Sí en CUP mogen zich niet van de wijs laten brengen door wie beweert dat ze de als referendum verpakte verkiezingen hebben verloren, zoals Vincent Scheltiens in deze krant deed (DS 29 september). Trouwens, als het ja-kamp wél een stemmenmeerderheid had gehaald, zouden diezelfde critici luidkeels staan roepen dat het ‘slechts’ regionale verkiezingen waren. 

Vanuit het middenveld

Junts pel Sí en CUP moeten doen wat ze uitdrukkelijk aan de kiezer hebben beloofd: de meerderheid in het Catalaanse parlement gebruiken om de República Catalana op de kaart te zetten. Dat is een opdracht met epische allures, die geen kleinzielig gekissebis verdraagt over postjes en procentjes. Beide partijen moeten hun meningsverschillen opzijzetten. Dat zijn ze moreel verplicht ten aanzien van de onafhankelijkheidsbeweging. 

Analisten, zoals Scheltiens en Johan Depoortere(DS 24 september) , zien gemakshalve over het hoofd dat als de Catalanistische partijen de jongste jaren zijn geradicaliseerd, dat vooral onder druk van de basisbeweging gebeurde. De roep om een onafhankelijk Catalonië is gegroeid vanuit het middenveld. Verenigingen zoals Òmnium Cultural, Assemblea Nacional Catalana en Ara és l’Hora zijn erin geslaagd om miljoenen Catalanen op de been te brengen. Dat een basisbeweging erin slaagt om 25 procent van de bevolking te mobiliseren voor een betoging – 1,8 miljoen vorig jaar, volgens de politie – is nooit gezien. Als Junts pel Sí en CUP die miljoenen Catalanen nu ontgoochelen, dan mogen ze er electoraal een kruis over maken, te beginnen bij de nationale verkiezingen van december.

Junts pel Sí moet sneller een écht referendum over de onafhankelijkheid organiseren, nog voor het stappenplan richting Catalonië al helemaal is uitgevoerd.

Point of no return

Dit alles neemt niet weg dat het ja-kamp met alleen een zetelmeerderheid in de ogen van de internationale gemeenschap wellicht niet over de nodige legitimiteit zal beschikken om de onafhankelijkheid uit te roepen. Misschien doet Junts pel Sí er goed aan om het stappenplan naar onafhankelijkheid aan te passen. Dat plan voorziet in de organisatie van een referendum aan het einde van de rit. Geen referendum over de onafhankelijkheid op zich, maar een referendum over de nieuwe Catalaanse Grondwet. Hetis aangewezen om al vroeger in het proces een écht onafhankelijkheidsreferendum te organiseren, vooraleer het point of no return is bereikt. 

Dat zou dan vanuit Spaans perspectief een illegaal referendum zijn. Et alors? Wat er in Catalonië staat te gebeuren, is niets meer of minder dan een revolutie: een revolutie die door brede lagen van de bevolking wordt gelegitimeerd. Dan moet men niet moeilijk doen over de Spaanse ‘legaliteit’.