Jeremy Corbyn: Rebel Without a Party?

Met Jeremy Corbyn als partijvoorzitter zou Labour weleens voor langere tijd tot de oppositie veroordeeld kunnen worden, denkt Karl Drabbe. Corbyn mag dan een klinkende overwinning behaald hebben, het is maar de vraag of hij ooit de verkiezingen kan winnen als hij zich zo van het centrum afkeert.

Nog geen 24 uur na de verkiezing van Jeremy Corbyn tot voorzitter van Labour nam de hele front bench van de partij collectief ontslag. Geen van de verkozen sociaaldemocratische kopstukken wil zich associëren met het oud-linkse programma van de nieuwe voorzitter. Daarmee komt het leadership van Labour in nog nauwere schoentjes te zitten.

Corbyn mag dan met net geen 60 procent van de stemmen in de voorzittersstoel zijn terechtgekomen, van de Labour-parlementsleden kozen er nog geen twintig voor hem. Dat geeft te denken over de achterban en de slagkracht van Corbyn, die weleens een voorzitter zonder partij zou kunnen worden.

Het belang van het centrum

Als eeuwige backbencher stemde hij in het recente verleden meer dan vijfhonderd keer tegen de richtlijnen van zijn partij. Nu hij leider is van Her Majesty’s Most Loyal Opposition, kan hij zelf de koers bepalen van links in Westminster. Dat links is tegen de Navo, tegen de banken, tegen kernwapens, tegen de politieke en monetaire EU, zelfs tegen de Britse monarchie en voor de hernationalisering van nutsbedrijven en verhoging van belastingen. De vergelijking met Podemos en Syriza wordt vaak gemaakt, maar de oude Labourpartij zal zich nooit tot zo’n transformatie laten leiden.

De vergelijking met Podemos en Syriza wordt vaak gemaakt, maar Labour zal zich nooit tot zo’n trans­formatie laten leiden

Peter Kellner, hoofd van het opiniepeilingenbureau YouGov, schat dat het linkse tot uiterst linkse kiespubliek van Labour maximum 15 procent bedraagt. Een studie naar aanleiding van de jongste parlementsverkiezingen in mei leerde dat 52 procent van de Labour-kiezers zich centrum of zelfs lichtjes centrumlinks en lichtjes centrumrechts noemde. Een publiek dat vanouds Labour stemt of tot de niet-bedreigde middenklasse hoort die nog niet valt voor de verlokkingen van het rechts-populistische Ukip of de austerity-politiek van David ­Cameron.

Zullen de twee miljoen kiezers die bij de verkiezingen in mei Labour hebben verlaten zich ooit laten verleiden door de ­Corbynomics, zoals het economisch programma van Corbyn genoemd wordt?

Tony Blair wist al als geen ander dat links (Labour) of rechts (Conservatieven) de verkiezingen maar winnen en een meerderheid halen, als ze ook het centrum kunnen overtuigen. Het radicaal-linkse programma waar Corbyn voor staat kan die centrumkiezers – meer dan de helft dus van de Labour-kiezers – onmogelijk overtuigen. Labour lijkt voor lange tijd tot de oppositiebanken veroordeeld.

Lessen uit het verleden

Nochtans staat Corbyn niet alleen. In de aanloop van de voorzittersverkiezing dienden zich meer dan 160.000 nieuwe leden aan voor Labour. Desondanks kan Corbyn in Westminster op weinig medestanders rekenen. Vraag is of zijn tegenstanders uit het centrum en uit de ondertussen gehate Derde Weg van Tony Blair en Gordon Brown de krachten zullen bundelen.

De blairites zouden lessen kunnen trekken uit het verleden. In 1981 richtten vier prominente Labour-leden een eigen partij op: de Social Democratic Party (SDP). Ze kozen voor een centrumlinks verhaal, dat ze nauwgezet en in het geheim hadden voorbereid. Labour was voor deze prominente partijleden te links geworden, de invloed van de vakbonden was te groot. De partij koos toen voor eenzijdige nucleaire ontwapening en wou uit de Europese Gemeenschap stappen. De gelijkenissen met ­Corbyns Labour zijn opvallend.

Kort na de oprichting stapten 28 andere Labour-parlementsleden – allen backbenchers zonder zekerheid dat ze herverkozen zouden geraken – over naar de SDP. De partij hield het zeven jaar vol in het Britse politieke landschap. Een fusie in 1988 met de Liberal Party ligt aan de grondslag van de vandaag armlastige links-liberale Liberal Democrats.

Er zijn meer dan voldoende parlementsleden in Westminster die zich niet herkennen in het programma van Corbyn. De drie niet-verkozen kandidaat-voorzitters – allen uit de stal van Tony Blairs New Labour – zouden weleens het voorbeeld kunnen volgen van hun vier illustere voorgangers.

Een schisma lijkt daarom niet eens politieke sciencefiction. In kiesdistricten waar Labour niet veel groter is dan de grootste oppositiekracht – zij het Tories, Ukip of ­LibDems – zouden vertegenwoordigers weleens eieren voor hun geld kunnen kiezen. Als sociaaldemocraat kunnen ze in 2020 misschien hun zetel behouden, als Corbyn-socialist niet meer. Want die 52 procent centrumkiezers van Labour, en de twee miljoen verloren kiezers, die zullen niet snel geneigd zijn Corbyn te volgen.

Eerder verschenen in De Standaard op 15 september 2015.