Hoezo, de N-VA extreemrechts?

Volgens politicoloog Dirk Jacobs is de N-VA naar extreemrechts geëvolueerd. Collega Cas Mudde maakt brandhout van die analyse.

Naar aanleiding van Bart De Wevers ‘Speech van Gent’, waarin hij de eeuwigheidswaarde van de Conventie van Genève in vraag stelde, noemde de politicoloog Dirk Jacobs de partij ronduit ‘extreemrechts’. Voorheen deed hij dat niet, en waren er blijkbaar voldoende aanwijzingen om dat niet te doen. Maar dat is ondertussen veranderd.

‘Voorheen was de N-VA een rechts-populistische partij,’ stelt Jacobs. Nu baseert hij zich op de wetenschappelijke criteria om een partij of beweging ‘extreemrechts’ te noemen. Het gaat daarbij om nationalisme, racisme, xenofobie, een antidemocratische tendens en een pleidooi voor een sterke staat.

Zijn ‘erg stigmatiserende Berber-uitspraken’ bevatten al een zweem van racisme, aldus Jacobs vorige week in La Libre Belgique. Zijn uitspraken over de Conventie van Genève neigen dan weer naar ‘xenofobie’. Dat maakt dat de N-VA stilaan opschuift naar extreemrechts. ‘Elke dag gaat ze wel eens over de rode streep. (…) De discours van N-VA en Vlaams Belang komen steeds dichter bij elkaar.’ Bart De Wever nog niet te vergelijken met Viktor Orban van Hongarije vindt Jacobs, ‘maar elke dag verandert er wel iets’. En ja, Jacobs erkent de verdienste van De Wever bij het verslaan van het Vlaams Belang, maar ‘desalniettemin is de N-VA vandaag te classificeren als een extreemrechtse partij.’

Nuance

De Libre liet het hier niet bij en bevroeg drie collega’s van Jacobs. Is de N-VA populistisch? Is de partij xenofoob? Is ze extreemrechts geworden? Die drie vragen werden voorgelegd aan Dave Sinardet — die op Twitter meldde dat hij de literatuur hierover nog eens heeft geraadpleegd — verder professor Pascal Delwit (ULB) en journalist Manuel Abramowicz van Résistances: Observatoire belge de l'extrême droite.

Conclusie van deze drie heren? De partij is niét extreemrechts. Sinardet antwoordde drie keer negatief. Enkel volgens Delwit is de N-VA xenofoob. Populistisch is ze enkel volgens Abramowicz.

De N-VA is geen anti-systeempartij die de democratie in vraag stelt, racistisch is of ethisch conservatief. Ze zijn het er alle drie wel over eens de partij verrechtst is. John Crombez had het er afgelopen weekend in De Zondag ook over: met deze N-VA had hij niet over de sociale component van het Vlaamse regeerakkoord van 2009 kunnen onderhandelen, wat toen net wel vlot ging.

De theorie

Twee eminente politicologen en een ‘extreemrechtswatcher’ zijn het erover eens: de N-VA is niét extreemrechts. Dan maar een goed naslagwerk geraadpleegd: Populist Radical Right Parties in Europe (Cambridge University Press, 2007). Auteur Cas Mudde, een Nederlandse politicoloog die eerder in Antwerpen doceerde en nu verbonden is aan de universiteit in Georgia (VS), waarschuwde wel dat zijn boek niét over extreemrechts gaat. Het grote onderscheid tussen extreemrechts en populistisch radicaalrechts, ligt in de omgang met de democratie. Extreemrechts is antidemocratisch, stelt hij. Om als Populistisch radicaalrechts door het leven te mogen gaan, moet je als partij of politicus aan drie criteria voldoen: nativisme (zie verder), autoritarisme en populisme (of anti-elitisme).

Is de N-VA volgens zijn model extreemrechts dan wel rechtsradicaal populistisch? Mudde: ‘Ik categoriseer partijen op basis van hun kernideologie en dus niet op slechts enkele interviews en uitspraken bij campagnes en crises.’

Op basis van het programma van de N-VA, ‘alsmede de bredere ideologische boodschap, is de N-VA zeker niet extreemrechts, maar ook niet populistisch radicaalrechts. Extreemrechtse partijen zijn eerst en vooral antidemocratisch en dat is de N-VA natuurlijk niet. Een populistisch radicaalrechtse partij heeft de volgende ideologische kernaspecten: nativisme, autoritarisme, en populisme. Nativisme is een combinatie van nationalisme en xenofobie. Nationalisme is overduidelijk een ideologisch kernaspect van de N-VA, maar xenofobie niet.’

Mudde noemt de N-VA wel ‘overduidelijk autoritair, net als andere conservatieve partijen’. Maar populistisch vindt hij de partij weer niet: ‘Hoewel ze anti-establishmentsentimenten heeft, en alle andere Vlaamse partijen te zwak vindt ten opzichte van de Franstalige partijen. Het primaire verwijt dat ze deze partijen maakt, is niet dat ze corrupt zijn, maar incompetent. Vanzelfsprekend heeft de N-VA haar kritiek op haar coalitiepartners in Vlaanderen en later België wat verzacht. Belangrijker nog is dat de N-VA "het volk" niet vereert. Dat kan men ook niet verwachten van een partij wier leider de elitist Edmund Burke als favoriete filosoof heeft.’