Het Waalse hart kiest Frankrijk

Vandaag 70 jaar geleden koos Wallonië op zijn Congrès National Wallon massaal voor aanhechting bij Frankrijk.

tickets_de_vote_2.jpg

Vandaag, 70 jaar geleden, vond een algemeen Waals congres plaats, dat de politieke voorkeur van de Walen uit het wettelijk én werkelijk land, blootlegde. Wallonië koos voor Frankrijk. Wallonië koos tegen Vlaanderen. Daarmee was de rattachistische geest voorgoed uit de fles. De officiële rattachistische beweging en vooral haar partijpolitieke vertaling stellen vandaag weinig voor. Maar Waalse liberale en socialistische politici tonen af en toe hun gezicht op rattachistische activiteiten. 70 jaar geleden stemde Wallonië met het hart voor Frankrijk. Het verhaal van een legendarisch congres.

Verzet

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ‘loopt de lijn van de Waalse Beweging enkel via het verzet,’ schrijft Fonteyn in het boek De Walen: een onderhuidse beweging (Lannoo, 1980). Kort na het uitbreken van Tweede Wereldoorlog, riep Charles de Gaulle ‘la France Libre’ uit. In Wallonië volgden enkele jongere wallinganten met de verzetsorganisatie Wallonie Libre (WL), dat onrechtstreeks zelfs mee aan de wieg stond van het Onafhankelijkheidsfront (OF). In de beginselverklaring lezen we dat Wallonie Libre ‘niet tegen het Vlaamse volk actie voert, maar tegen die structuren en instellingen van de Belgische staat, die de beheersing en de kolonisatie van Wallonië door dit volk mogelijk maakten’. WL vroeg ‘via democratische weg’ autonomie voor Wallonië en wou daartoe na de oorlog een ‘Waals nationaal congres’ samenroepen om er zich ‘over deze autonomie uit te spreken’. 

Rénovation Wallonne (RW), eveneens een wallingantische verzetsorganisatie, was eerder van christendemocratische signatuur. RW ging ook op in het Onafhankelijkheidsfront, waar vooral de communistische groep ‘Wallonie Indépendente’ de plak zwaaide. RW was voorstander van ‘autonomie voor Wallonië in een federaal kader’. 

Al in het begin van de oorlog oordeelde Wallonie Libre dat kort nadien Walen van allerlei strekkingen bijeen moesten komen in een nationaal congres. Die strekkingen slaan niet alleen op de levensbeschouwelijke en ideologische voorkeuren, maar ook op de verschillende oplossingen die gezien werden als oplossing van het ‘problème wallon-flamand’. Een breed congres moest voor dat laatste probleem oplossing zoeken, een project dat eendrachtig kon worden uitgedragen door alle geledingen van de Waalse Beweging. Volgens Jules Gheude, oud-medewerker van Jean Gol en Louis Michel en kenner van de Waalse Beweging, was er nooit eerder een samenscholing geweest die zo representatief was voor de Waalse samenleving.

Het congres

Het Congrès National Wallon kwam samen op 20 en 21 oktober 1945. De oorlog zat nog vers in het geheugen. De Belgische overheid voerde volop repressie. De Vlaamse Beweging was teruggedrongen in cachots en catacomben. 

Joseph Merlot, minister van Staat, zat het congres voor. In het oranisatiecomité zaten heel wat oud-ministers, die het initiatief voldoende draagkracht moesten geven. Ook professoren, bedrijfsleiders, politici van alle partijen, kunstenaars en syndicalisten maakten deel uit van het comité.

Ongeveer 1500 congresgangers, waaronder zowat alle vooraanstaande Waalse politici verzamelden. Meer dan 80 journalisten, vooral uit Frankrijk, maar ook uit Nederland en Zwitserland, waren present. Fonteyn: ‘dit was de vertegenwoordiging van Wallonië zelf. De rest van het land hield de adem in.’ Zelfs een telegram van de Waalse Bond uit Congo riep op tot eenheid.

De secretaris-generaal van het congres, de Luikse advocaat Fernand Schreurs, besprak het ‘Waalse probleem’: demografische achteruitgang tegenover Vlaanderen en Brussel, Brusselse verknechting, industrie verhuist naar Vlaanderen, minorisering in de administratie, ondervertegenwoordiging in de regeringen, de wil om een economische unie met Frankrijk te sluiten, en de onmogelijkheid een buitenlands beleid te kunnen voeren dat op Frankrijk gericht is. Om dat alles te verhelpen was er volgens Schreurs een ‘Waals blok’ nodig ‘om de belangen van Wallonië te verdedigen’. Het was dus zaak alle neuzen in dezelfde richting te krijgen.

Na de analyse legde Schreurs de aanwezigen vier keuzes voor. (1) Het behoud van de unitaire structuur mits belangrijke constitutionele en wettelijke aanpassingen. (2) Autonomie voor Wallonië binnen Belgisch kader. (3) Complete onafhankelijkheid voor Wallonië. (4) ‘Réunion’ van Wallonië bij Frankrijk.

Albert Renard, een socialist van het unitaristische kamp, roept nog op meer kinderen te maken, ‘om zo op gelijke voet te geraken met de Vlamingen’. Hij wordt uitgejouwd. Fernand Dehousse verdedigt het federalisme, maar wel ‘als een laatste poging tot samenleven in het Belgische bestel’. Niet meteen een positieve keuze voor federalisme. François van Belle pleit voor onafhankelijkheid, maar laat zich - onder luid gejuich - ontglippen dat hij liever Wallonië als een aanhangsel ziet van Frankrijk dan van Vlaanderen. François Simon is de rattachist van dienst. Voor hem is Frankrijk het land van la résistance, en Vlaanderen dat van de collaboratie. Een keuze is dan gauw gemaakt. Volgens de verslaggever van dienst kreeg hij de meeste en langste toejuichingen uit de zaal.

De stemmen geteld

Volgde dan de stemming. In twee beurten. De eerste keer mochten de aanwezigen hun hart laten spreken. De tweede keer hun verstand. De organisatoren van het Congres konden de temperatuur vooraf blijkbaar goed inschatten, dat ze een tweede stemronde noodzakelijk achtten.

Er waren 1048 congressisten.

Voor het status-quo in België: 17.
Voor een autonoom Wallonië in een federaal België: 391.
Voor een onafhankelijk Wallonië: 154.
Voor aanhechting bij Frankrijk: 486.

‘Wallonië had met zijn hart gestemd,’ aldus Fonteyn.

Het ontbreken van een absolute meerderheid voor een van de vier opties doet de voorzitter oproepen in een tweede stembeurt bij handopsteken te kiezen met ‘bezinning en rijpheid’. ‘Een autonoom Wallonië binnen Belgisch bestel’ haalde een overgrote meerderheid. Slechts twaalf aanwezigen stemden tegen. Maar in een slotspeech stelde de charismatische Waalse dichter Charles Plisnier: ‘als dit mislukt, waarvoor ik vrees, zijn wij gerechtigd ons naar Frankrijk te keren, en dan kan niemand ons niets meer verwijten, want het ultieme experiment zullen wij loyaal en zonder bijgedachten uitproberen. Dan zullen wij zeggen: “Frankrijk, help ons!” - en geloof mij vrij: Frankrijk zal ons te hulp snellen.’

Volgens het verslagboek sprong de assemblée overeind en zong ter afsluiting van het congres de Marseillaise. De eminente hoogleraar geschiedenis én wallingant François Perin schreef hierover: ‘Pour la première fois, dans l'histoire du Mouvement wallon, un congrès s'affirme majoritairement anti-belge, si on additionne les voix favorables à la réunion à la France et celles favorables à l'indépendance de la Wallonie.’

Vervolg

Een comité van 35 leden moest nu een tweede congres voorbereiden, dat het federalisme concreet zou moeten invullen. Minimale voorwaarden waren een Waals radiostation en integrale en onaantastbare eentaligheid van Wallonië. De volgende jaren volgenden er nog vijf congressen, het laatste vond plaats in 1959. De keuze voor federalisme (met 2,5) werd er herbevestigd, het laatste congres werd nog bijgewoond door de spreekwoordelijke twee man en een paardenkop, rattachistische tussenkomsten bleven voor veel emoties zorgen. De congressen kregen telkens veel ruimte in de brede Franstalige schrijvende pers, en werden instemmend gevolgd door de vrijzinnige bladen. De katholieke pers was eerder unitair, de katholieke kiezers vormden ook de minderheid in Wallonië, zoals overduidelijk bleek in het referendum over de koningskwestie in 1950.

Leefden de wensen en de federale hervormingsplannen verder door in de Waalse publieke opinie? Dat is moeilijk te zeggen. Er zijn geen eminente getuigen meer. En latere initiatieven, zoals de militante Mouvement Populair Wallon (MPW) van André Renard of de partij Rassemblement Wallon kenden hun eigen ontstaansgeschiedenis en programma. Jules Gheude, kenner van de Waalse Beweging is daarin formeel. De MPW is een product van de stakingen tegen de eenheidswet, en was vooral voorstander van structurele structuurhervormingen (waar de idee van de gewestvorming uit is ontstaan) en Rassemblement Wallon is vooral ontstaan als reactie op het ‘Walen Buiten’ van 1966-’68. 

Gheude meent wel dat vooral socialisten en in zekere zin ook liberalen na het Congres aanstuurden op een vervolgverhaal. Katholieken - eerder conservatief - namen er naarmate de jaren vorderden afstand van. De congresbesluiten werden vervolgens naar oude Wetstraatgewoonte “geëncommissioneerd” door de oprichting van het “Centre de recherche pour la solution nationale des problèmes sociaux, politiques et juridiques en régions wallonne et flamande”, het befaamde “Centrum-Harmel”. Het rapport van dat studiecentrum werd pas tien jaar later, in 1958, gepubliceerd. Tussendoor brak dan de Koningskwestie uit, die de rode loper uitrolde voor de unitaristen’.

Waar de Waalse beweging stil uitdoofde, om pas in de jaren 60 terug de kop op te steken, was het in Parijs wél opgevallen, dat er ten noorden van de Franse staatsgrens een beweging actief was die de blik op het zuiden had gericht. Het Congrès National Wallon kreeg nog een staartje in Parijs.


Bronnen
: Guido Fonteyn, De Walen: een onderhuidse beweging, Lannoo, 1980 -- Encyclopédie du Mouvement Wallon, Institut Jules Destrée, 2000-2001 -- Davy Van Assche, Les congrès national wallons: een persstudie, masterthesis geschiedenis Ugent, 2003.